OBA-Feuilleton: Het onnavolgbare leven van een blogger.

 

Index:

DEEL 1

DEEL 6

DEEL 2

DEEL 7

DEEL 3

DEEL 8

DEEL 4

DEEL 9

DEEL 5

DEEL 10

 


 

DEEL 1
Schrijver: PROMETHEUS

 

Illustratie: JEZZEBEL


“De grootste kunstenaar kan niets verzinnen

dat niet vooraf al in de steen bestaat.”

‘Wie ben je?’

Hij keek me aan, vervaagde en ik leek terug te drijven naar de geborgenheid van mijn bed. Na drie dagen was het toch gebeurd, ik was in slaap gevallen. Ogenblikkelijk kreeg ik bezoek van hem.

Drie dagen eerder is Aliza bij me geweest, de moeder van mijn virtuele leven.

Zij, mijn bruid, Aliza mijn kind. Ook zij kwam slechts voor even, ook zij sprak slechts een zin. Ook zij verscheen na dagen waken.

 

‘Ieder mens bevindt zich eenzaam in zijn eigen heden’, zei ze.

Ze komen en verdwijnen weer, ze zijn er in ‘quasi sospeso’: die onwaarschijnlijke schijntoestand tussen waken en slapen waarbij je wakker schrikt omdat je vergeet te ademen. Net op die rand van bijna doodgaan staan ze aan mijn bed, spreken en schrik ik wakker. Blijf ik wakker, dagenlang.

Ze zijn nu allemaal geweest. Allemaal in eigen kwetsbare naaktheid. Gruwelijk en bloedmooi. Vergaan en vol leven. Vrouw en Man. Begin en straks het onherroepelijke Einde.

Ik kan niet verder. Vandaag stop ik met hun werken.

Jarenlang heb ik stukken geschreven op een weblog. Allang niet meer met de droom om ooit , als tastbaar bewijs van mijn existentie, op papier te komen. Daarvoor ben ik te min. Die wetenschap maakt mij eenzaam. Mensen verkeren liever met hen: zij met die opgeblazen ego’s.

Dus ik werd een opgeblazen ego. En ik werd bekend na verloop van tijd. Te bekend om zelf te dragen.

Zo verschenen ze, zes in totaal. In het begin zo duidelijk uit mijn geest, met verwrongen woorden in lelijke zinnen. Later als eigen ego’s. Vrouw en man maar gelijk aan mij. Ze schreven al snel in hun volkomen eigenheid. Mijn status werd die van een androgyne machine: uitvoeren.

Eén van hen bezocht mij in het begin van mijn genezing, nu enkele weken geleden. Zijn lippen vormden de zin dat ik schrijven moest wat hij dicteerde.

En ik schreef ooit hun woorden, één voor één tikte ik de letters. Mooie woorden in steeds mooiere zinnen, in gruwelijke stukken tot een enigma, een schitterend enigma.

Ik heb ze gemaakt, allemaal. Zij, die vruchteloze, die veinst alleen te zijn. Foeilelijke stukken schrijven maar wél prominent aanwezig en bewonderd. Een narcistische hoer. En hij, de sukkel, de ‘Ivo Niehe’ van het blog. Zelfingenomen intrigant, hoogleraar schijneruditie. Ik haat hem zoals ik mijzelf haat. Hij veroordeelt alle misdaad, zegt hij en zet de loop van een pistool op je slaap. De derde, de poëet, het zeldzaam nuchtere slachtoffer. Misschien de broer van haar, de tweede vrouw. In alles vol van hart en vol vervuilde liefde. In alles ordinair. In alles slachtoffer. De gewenste misbruikte, de gewenste gestoorde. Zij is verterende voeding voor een gifplant. Zij is een giftig serpent, gelardeerd met glimmende folie. De vijfde vraagt over het waarom, over de tijd, over de gevoelens van sensatie bij een doodslag, over het begin, of mijn einde. Hij vraagt steeds wie ik ben.

Want ik ben de onwaarschijnlijke zesde.

Maar hij heeft mij ontmaskerd. Toen ik mijn borsten beroerde keek hij toe. Toen ik mijn vingertoppen bevend over haar gebronsde zongeurende huid liet gaan en haar lippen raakte… keek hij toe en prevelde die mantra.

‘Wie ben je?’

En iedere keer als hij schreef, schreef hij als een innerlijk geweten die de vraag herhaalde.

En nu weet ik het. Weken geleden heb ik mijzelf naar mijn bed gesleept nadat ik de zon op mijn huid had gevoeld. Nadat ik buitenlucht had ingeademd. Ik stond plots buiten, als was ik uit een cocon gestapt. Ik was bang en ik was verrukt. Ik zag een oneindige blauwe hemel en de donderkoppen van het onweer trokken uit mijn hoofd. Zelfs de zon in mijn brein verbleekte bij de echte. Ik was er hopeloos aan toe. Ik was alleen en opgetogen. Blij met de verlossing, verontrust door een onafwendbaar afscheid, krankzinnig bang voor hen.

Ik waakte en ik schreef. Ik schreef ze naar een verleden wat niet bestaat. Omdat ze niet bestonden, omdat ik hen ben. Snap je?

Daar zijn ze.

Ze staan aan mijn bed.

Ze zijn zonder emotie als ze naar me toe bewegen.

Hun vingers op de cruciale plekken van mijn lichaam.

Ik voel de druk toenemen, voor even slechts…

Quasi sospeso.

Ze zijn verdwenen.

Onafhankelijk van elkaar, in een onzichtbare virtuele associatie, als bloggers.

En ik?

Ik ben een eenzaam mens.

Ik weet niet wie ik was.

Maar ik leef.

 


 

DEEL 2
Schrijver: JOKE ZELF

 

illustratie: RED STAR


“Wie geen biograaf kan vinden, moet zijn leven zelf verzinnen.”

Met een droge klik slaat de memorecorder uit. Het duizelt me op alle fronten. Kan het nog erger? Wat moet ik hiermee? Hoe schrijf ik met deze warrige gegevens een aardig verhaal over het onnavolgbare leven van een blogger? Waar te beginnen? Moet ik hier überhaupt wel aan beginnen? Zal ik niet eerst nog een andere blogger interviewen, of misschien wel een paar, om een degelijk onderbouwd verhaal te kunnen neerzetten? Ze zullen toch niet allemaal man/vrouw/zonderling inéén zijn? Waar ben ik aan begonnen! Een gespleten bloggerspersoonlijkheid. Dat verzin je toch niet??!! Hoewel, onnavolgbaar is dit zeker en ergens ook wel humoristisch. Joh, wat een verhaal. Ik vroeg me ook al af waarom hij zo ziekelijk bleek zag. Geen wonder dat die man zo uitgeput was.

Mijn interview met de eenzame blogger ging tamelijk gewoon van start, maar de wallen onder zijn ogen, de euforische uitdrukking op zijn gezicht en de manier van antwoorden hadden me moeten waarschuwen.
“Hoe word je blogger?” vroeg ik aan de man (of was het een vrouw?) voor me, terwijl mijn Voice Tracer door mijn stem werd geactiveerd. Handig zo’n ding, je hoeft nergens naar om te kijken; de microfoon neemt alle stemgeluiden op, maar onderdrukt het achtergrond-lawaai, wat erg nodig was in het rumoerige café waar wij hadden afgesproken.
“Je wordt geen blogger, je bènt blogger,” zuchtte hij met wijd opengesperde ogen, “bloggen is niets bijzonders en het kan overal. En ook al zie je het niet aan zijn buitenkant; diep van binnen is een blogger heel erg zichzelf.” Hij lachte hol.
Maar, las ik de tweede vraag van mijn blocnootje op, wanneer en waarom was hij zelf ooit gaan bloggen?
Misschien vond ik dat vreemd, maar daar had ie nou nog nooit echt over nagedacht: “Ineens was het er. Plotseling kon je overal op internet een blog beginnen, dus dat deed ik, telkens opnieuw.” Zijn glimlach werd triest, zijn ogen werden vochtig.
En hoe kwam hij aan zijn onderwerpen? Een vage reactie was mijn deel: “Tja, kijk, hm, geen idee. Je leest of je hoort eens wat. Je ziet dingen, of je bedenkt iets en daar blog je dan over.” Zijn stem vervaagde, zijn waterig blauwe ogen dwaalden af naar het raam en keken de verte in. Hé, hó, dat ging niet, mijn verhaal moest af en ik had nog niet echt iets om over te schrijven.
“Heb je kinderen?” vroeg ik, om hem weer bij de les te krijgen. Hij leefde op. Twee zoons had hij, en een dochter en hij had zich geen leukere en lievere kinderen kunnen bedenken. Bedenken? Had hij nou kinderen, of had hij ze bedacht?
Vond ik misschien ook raar, maar dat wist hij niet zeker, want hij had ze al enige tijd niet meer gezien, dus ehm… of ik verder wilde gaan, want hij was ontzettend moe en verlangde naar zijn bed. Wilde ik misschien wat horen over zijn hobby’s?
Voor ik iets terug kon zeggen, somde hij op; “Schrijven, bloggen, films kijken, fotograferen, naar het theater. Ik lees natuurlijk graag, ook blogs van anderen. En ik ga wel eens stappen met mijn bloggende vrienden.”
En dat moest ik geloven? Hij zag hij eruit alsof hij jaren ondergedoken had gezeten, dus ik vroeg door. Wat was er nou werkelijk met hem aan de hand? Hij aarzelde kort, maar begon toen met zachte stem te vertellen.

Over de quasi sospeso, over Aliza, de moeder van zijn virtuele leven en tegelijk zijn bruid en zijn kind. Over de narcistische hoer met haar foeilelijke schrijfsels. Over de zelfingenomen intrigant met zijn schijneruditie. Over de nuchtere poëet, en over diens zuster, de misbruikte, maar tegelijk het giftige serpent.

Hij liet zich niet meer onderbreken en ik luisterde met stijgende verbazing. Als in één ademtocht blies hij zijn verleden in mijn opname apparaatje. Hij verhaalde over de druk die hij voelde en over zijn nachtmerries. Over zijn angst voor de eisen die zijn zelfbedachte personages aan hem stelden. En hij vertelde over zijn verloren ego. Bijna was hij eraan bezweken, maar hij bleek sterker dan zichzelf. Zijn verleden bestond niet meer. Wie hij was geweest, wist hij niet, maar dat maakte niets uit. Hij vond zichzelf gewoon opnieuw uit…

Ik heb het gesprek nu drie keer afgeluisterd en mijn hemel, hier ben ik mooi klaar mee!

 


 

DEEL 3
Schrijver: ALINE

 

Illustratie: SELMA


“Wie veel schrijft, zorgt voor vele uren leesplezier.”

Ik deed de memorecorder uit en besloot maar eens vroeg naar bed te gaan. Mijn gedachten wilden echter nog helemaal niet rusten, en zo lag ik uren later nog steeds wakker. Het verhaal van de eenzame blogger kon ik maar niet uit mijn hoofd krijgen. Moest ze geen hulp gaan regelen voor deze man? Maar waar vind je hulp voor een eenzame blogger met een grote verbeeldingskracht, die zijn ego was kwijtgeraakt. Nog steeds moe en zonder ook maar een oog dicht gedaan te hebben stond ik weer op. Beneden op de keukentafel lag de memorecorder, maar dat was niet waar zij hem had opgeborgen. Ze wist zeker dat ze hem in haar tas had gedaan. Hoe hij daar gekomen was, bleef voor nu een groot raadsel, of zou Aliza hier ook rondhangen? De virtuele moeder van die eenzame blogger. Een rilling liep tegelijkertijd over haar rug, alleen de gedachte al.

Jeetje, het is pas het eerste interview, begin ik nu al spoken te zien? Ik zette een pot koffie, want ik moest ten slotte wel wakker blijven. Vandaag zou ik het internet zelf eens opduiken, en misschien moest ik voor mijn research zelf eens een blog gaan starten. Als die gast van gister het kon, dan kon het niet zo moeilijk zijn. Dan kon ze eigenhandig nagaan wat er met je gebeurde en haar baas zou haar vast prijzen om deze doordachte actie. Uren later had ze het allemaal precies zo voor elkaar, nou ja ze moest links en rechts nog flink wat aanpassen, de lay-out was het net niet helemaal, de kleur week ook iets af. Het lettertype moest ze even navragen aan een vriend. Ze had aan een andere vriendin een kop-foto gevraagd. Maar verder was ze aardig op weg, dat ze vergeten was te drinken en te eten had ze niet eens door.

Het telefoongesprek met haar baas was niet verlopen zoals ze verwacht had. Ze was nu al twee maanden bezig met het onderzoek naar“Het onnavolgbare leven van een blogger”. Maar hij wilde meer interactie, meer interviews met andere bloggers. Hij vond het geen goed idee, dat zij zonder overleg zomaar de poel van het verderf was ingestapt. Als ze een blog wilde hebben prima, maar niet in zijn tijd. Het was een getouwtrek geweest, maar ze had hem eindelijk over de streep. En hem verteld dat ze als blogger, meer kans maakte om juist de excentriekeling eruit te pakken, dat ze die dan mooi kon benaderen om met ze af te spreken. Er was een gedegen research en kennis nodig, ze wilde immers niet weer met haar mond vol tanden staan, zonder te weten waar ze aan begon. Dat ze inmiddels dagelijks dingen kwijt was, en dat er veel meer gebeurde sinds ze de eenzame blogger had leren kennen, verzweeg ze.

Haar leven bestond nog maar uit één ding, bloggen en resultaten bekijken, de statistieken vertelden haar precies wie haar bezoekers waren, en waar ze vandaan kwamen. Die bracht ze dan in kaart, en soms ging ze een gesprek aan. Via de e-mail had ze al vele vragen aan verschillende bloggers gevraagd. Haar onderzoek schoot aardig op, en ze maakte daarnaast dagelijks vele nieuwe vrienden. Ze logde dat het een lust was, en elk onderwerp dat ze las had ze zelf ook een mening over. En die mening schoof ze niet onder stoelen en banken, nee ze maakte het gelijk tot haar eigen onderwerp, en haar journalistieke talenten, maakten dat ze elke onderwerp zo kon presenteren dat het haar eigen ding was.

Dat haar leven begon te lijken op de man die ze negen weken geleden voor het eerst in een kroeg had ontmoet, was haar totaal ontgaan. Ze had namelijk nog maar één doel in het leven en dat was bloggen.Terwijl ze haar vriendin belde, om de laatste veranderingen aan een nieuwe logo door te geven, was ze ondertussen bezig met de registratie van een zesde blog. Deze zou weer anders zijn, en niemand zou weten dat zij het was. Ze zou zich dit keer als een gehandicapt meisje voordoen, dat door haar moeder misbruikt was, nadat haar vader zelfmoord had gepleegd. Een rol die haar de laatste paar dagen ingefluisterd werd. Dit keer zou ze iedereen om haar vingers winden, en zou iedereen luisteren naar de woorden die zij, Aliza te vertellen had. Deze vrouw had ze volledig in haar macht, ze wist het wel toen ze meegegaan was naar de kroeg. Dit was de persoon die ze precies kon wijsmaken wat zij verteld wilde hebben.

 


 

DEEL 4
Schrijver: FRED vd WAL

 

Illustratie: ISIS

 

Het leven van een Blogger bijzonder? Onnavolgbaar? Ik geloof er niks van! Integendeel. Het is familie door snee. Passé Overflakkee. Tobben geblazen. Sappelen. Bescheten levens, kort als een kinderhemd van je kleine zusje waar net de beuk bij is ingegooid en de ramen ook. Matschudding en stennis. Anderhalve man en een paardenkop en de rest houdt ook niet over. Kloten van de bok. Mediocre. Belast en beladen met frustraties, verslavingen, angsten, fobies, obsessies, geheime driften, sex bizarre, mislukkingen, lage lusten, hooggestemde verwachtingen, verlies, vervlogen illusies, niet vervulde dromen, ijdele gedachten, gemiste kansen en dat maakt het leven van de blogger juist zo funny, want het is niet goed of het deugt niet en komt het vandaag niet dan komt het morgen ook niet!

 

Zesde glas Gato Negro. Zij. Middelbare leeftijd. Drankorgel. Wazig. Half van de wereld. Manisch depressief. Ritalin kuur. Nog even een joint ter grootte van een conifeer rollen met zo’n fijne punt er aan. La vie en rose. P & W op de buis drong ook niet meer tot haar door. Politieke shit. Verkrampt bekkie die Albino Witteman. Alsof ie in de bleekwater was gevallen.
Op memo recorder gaan zitten. Beter dan op de kat. Jammer. Rotding. Wat moest zij er mee. Gadgets, getverde getverdemme. Vroeger kon je toch ook zonder? Nou dan! Nieuwe bij Wehkamp bestellen?
Wat was ze? Mafkut? Eenzame blogger? Onnavolgbaar? Zij? Krijg nou wat! Helemaal niet! Middelmaat!
Of was hij het? Haar chef. Slappe lul met zijn geklaag. Veertig en dan nog mammies liefste jongen. Pappen en nat houden. Mannen. Klootzakken. Identiteitsproblemen? Allemaal! Geboren penispauzepikkies. Miesjmachers en minkukels! Gelul! Bullshit. Viva nieuwe stijl opgeklopte problematiek.
Hulp? Hij? Hulp voor zijn gulp. Laat ie naar zijn wijf gaan of de dominee. Ze had het gehad met de wereld om zich heen. The world about us? Gotcha! Stomme zwart wit film Laurel en Hardy kon je nog beter zien.
Ze stond op. Mascara vergeten te verwijderen. Anders weer dikke, rooie, bloed doorlopen ogen morgen op werk. Zou koffiejuffrouw Misja weer treiterig opmerken; “Heb je weer stennis gehad met je vent? Huilen is voor jou te laat op jouw leeftijd, meid. Koffie verkeerd? Blauw past bij jou met die kop. Met melk en suiker of doen we zonder vandaag?”

Badkamer. Keek in de spiegel. Schrok. Leek steeds meer op die ronde pannenkoekkop van pyknische onderdeur Sylvia Witteman. Nog even en ze ging als uitgewoonde ouwe doos met pretenties kutstukkies over bezoekjes aan supermarkten schrijven voor de Volkskrant. Kamerolifant.
Volkskrant? De linkse Telegraaf. PopieJopie koleretiefusreetveegkutkrant voor op de plee.
Na het opheffen van het Vkblog had ze gelijk het abonnement opgezegd. Martine was ook de redactie uitgeknikkerd, maar die kon na een cursus natuurgeneeskunde aan de lopende band weer pekingeenden en natuurtaarten gaan bakken met een koksmuts van een halve meter op haar kop.
Zij niet. Het was al heel wat als de aardappelen gaar waren. En verder maar naar otomatiek De Vette Bek voor een Berenhap of petatje oorlog.
Lekker de WW in die Martine en hele dagen CD van Hildegard von Bingen draaien. Mannetje werkjes doen voor vrouwtje. IJle treurmuziek van die Hildegard voor aseksjuwelen met een Maagd Mariakoekiesblik in de ogen. Of de lichte pingelmuziek van de nooit uitgebotte tengere kleuter Bibi Soerabaja op zetten. Luisterde geen hond meer naar. Achterhaald met zijn witte handschoentjes en kinderstemmetje. Had ie soms eczeem? Candida Albicans? Teveel anaal gevingerd? Mannen! Smeerlappen! Schoften! Kolerlijers!

Gotsammetruttenbollen, waar had ze haar tas nou weer gelaten? In de tram?
De strips Oxazepam en Diazepam om kalm te blijven. Zonder die tabletten zou ze met liefde de halve afdeling van het redactie secretariaat in mekaar rammen en de ogen van GeertJan, chef internetredactie uit zijn kop krabben, alleen haar baas Beer Broertjes zou ze sparen, die had een zwak voor haar na de dertiende kerstborrel. Ombudsman Thom Gemeen kon ook een paar rammen krijgen voor zijn opgetogen babyface vurrukkulluk bek. Arbeidsconflict. Vloog er binnenkort ook vast uit door die kop. Net goed.
Een kinderwens kwam plotseling in haar op toen Beer Broertjes voor haar troebele geestesoog voorbij trok. Een warm gevoel. Was ze maar de moeder van een weblogger. Zo’n klein Beertje met broertjes. Kindergekrijs.
Toch maar effe het web opduiken via de Dell naar Wayne of naar Facebook. Een late chat. Misschien was Marleen Postduif of Sjoukje Galoppe met haar nieuwe motor er nog. Of die gast van het gas die een eigen fitters bedrijf had in de Pijp naast otomatiek De Vette Bek.
Bertus Stijgerpijp met vennoot Tinus Tusssengas. Firma Beun & De Haas. Joviale dikzak van 120 kilo. Reed een nieuwe Porsche. Zij in een derdehands Panda als intellektjuweel. Ze kon het nog beter bij Fred aan lager Wal op zoeken, had ze meer lol bij een pot pils.
Kwart voor twaalf. Kon ze nog iemand bellen? Slecht idee.

Een weblog opstarten? De grootste sukkel kon het. Als die Fred van der Wal het kon, die kunstartiest, dan kon zij het ook. Binnen een kwartier was ze binnen. Lay out? Niet nodig. Het hoefde niet zo mooi te worden als van Isis Nedloni godin van de rozen. Eén Isis was genoeg. Rozen? Volgens Freud kutten op steeltjes. De negatieveling.
Het lettertype nam ze Times New Roman. Lekkere, leesbare ouderwetse, degelijke krantenletter met vriendelijke uitstraling. NRC sfeertje van vijftig jaar terug. Ze had de pest aan de Arial. Te kaal, te niets zeggend, te zakelijk. Echt iets voor de Story. Verdomme, voelde ze daar een knobbeltje? Nee, het was een verdwaalde gebakskruimel.
Een header?
Te veel werk.
Een zweepje als avatar?
Nee, teveel refererend aan het SM genre waar ze van gruwde. Vanillesex en dan nog met mate kon haar bekoren. De snelle wip met de een of andere voor de derde keer gescheiden vlaflip uit de kroeg. Een maal per week en daarna met de poes onder de doeszj. De walging weg spoelen. Love is just a four letter word.

Ze wilde schrijven over Het Navolgbare Leven Van Een Weblogger. Een novelle. Makkelijk zat! Het was toch ook standaardprocedure op het Web? Iedereen lulde iedereen na. Een plaatje bij een praatje. Kutfotootjes bij geouwehoer. Die weblogs; het was allemaal onderdrukte sex, sex en nog eens sex. Een verkapt huwelijksburo noemde vriendin Anneke het. Ze had geprotesteerd. Als ze het wilde vergelijken met sex was een weblog toch meer droogneuken. Isolement. Geschikt voor binnenhuiskamerfilosofen en uitgerangeerde academici met psychische problemen. Je had al klupjes op websites die met elkaar zeilden op zondag. Voor toe warme sjokola en een appelpunt uit de diepvries. Burgerlijker kon niet. Truttiger ook niet. Of ze voerden sketches op in de stijl van Freek de Jonge tussen de schuifdeuren. Gelachen dat ze hadden! Alleen de bouvier van Martine bleef tijdens de voorstelling blaffen, dat zenuwebeest. Eigenaren van honden gingen op honden lijken. Het begon met onwillekeurig een doorrookte, lage gutturale stem aan te kweken. De blafhoest bij hondenweer. Daarna hondenbrokken vreten.
Hondje kennelhoest?
Baasje broekhoest, vrouwtje woest!
Hondje hondsdolheid?
Baasje last van de temporale voorhoofdskwab!
Hondje ziekte van Weil en anus drab?
Baasje extra geil en achterklap!
Ziekte van carré?
Baasje dunne reetkeeskakkitis op de wc!

De komende dagen meldde zij zich ziek. Het weblog was belangrijker. Stond om 6 uur op. Statistieken bekijken. 3500 pageviews per etmaal. Via IP tracker achterhaalde ze sommige reaguurders. De wereld ging voor haar open. Weblogborrels bij de vleet, afspraakjes, secret manoeuvres in the dark. Knisperende nylons, waar bij kou in de lucht de electrische vonken door de statische electriciteit van af vlogen. Elkaar bepotelen onder tafel. Ze begon van de weeromstuit weer repen sjokola te vreten en de pukkels kwamen al weer aardig op. De weblog fever. Peggy Lee. Fever. Wat hield ze van die stem, maar wie hield van haar? De stembus? Een appelbolus?
De eenzame blogger? Bestond ie wel? Ze geloofde er niks van. Knakkers die zich op het weblog zielig voor deden en vol gevoel over hun tranen trekkende eenzaamheid in dichterlijke taal presenteerden. Venerische liegbeesten tot en met. Ze wilden maar één ding. Je plat lullen. Er in, drie keer Ho Ho Ha Ha roepen bij het klaar komen, vierde keer er uit, omdraaien, een roffelende scheet laten, als dank voor het aangenaam verpozen, onder het bed de schillen en de dozen, kleenex, durex, de dubbele tarzan dildo van gel met LED verlichting om bij in slaap vallen en te snurken met open bek.
Voor je het wist had je via het weblog zo’n besmetbak met powetiese neigingen te pakken en kon je weer naar de lullensmid om een paar honderdduizend eenheden antibiotica in je bil laten spuiten. Weer een paar putjes erbij in je sinaaspappelhuid. Ze was toch geen wegwerpartikel?
Life was full of strange surprises, mailde een jonge lector uit Groningen waar ze net kennis aan had.
Ze had hem gemaild met de vraag of lector hetzelfde was als het eerste woord in Luctor et Emergo. Hij had geantwoord dat hij homerisch had moeten lachen en Zeeland nog wel eens onder zou lopen door de Klimat wechsel als het aan het nivo van haar algemene ontwikkeling lag. Afgeserveerd.
Homerisch, had zij zich afgevraagd. Wat is dat nou weer? Iets met homos? Maar even op Google opzoeken. Op haar schrijftafel lag een kleur potlodendoos van het ouderwetse, vijftiger jaren merk Homerunpas. Misschien moest ze het maar in de kunst zoeken…iedere stad zijn eigen kunst schat, elk dorp zijn eigen Picasso!

 


 

DEEL 5
Schrijver: SIMEN VREDERAT

 

Illustratie: INA DIJSTELBERGE

Navolgen vervolgd…..

Broertjes ijsbeerde met grote passen door de redactieruimte naar zijn voor de – doorgaans ingezakte – stand van zijn lichaam geprepareerde stoel. Hij wierp een verstoorde blik op de lege desk van zijn laatst aangenomen resource.

Ze was er wéér niet.

Misjaaaaa…, Misjaaaaaa…….. Misja kwam snel aangeschoten uit een zijdeur.

“Waar is die .. hoe heet ze… ?” “Aliza” vulde Misja haastig aan.

“Als die eens voor gewoonte nam , al was het één keer per maand, op kantoor te komen dan zou ik haar naam kennen en haar niet zoals laatst per ongeluk aanspreken met Hugo Borst. Een freudiaanse vergissing, omdat ik kennelijk toch nog ergens iets vrouwelijks in haar wilde ontdekken”.

“Bel haar, zeg dat ze binnen een half uur hier verschijnt. Dit is toch niet geloofwaardig meer. Twee maanden voor een flutartikeltje over een flutonderwerp als webloggen”.

Drie kwartier later arriveerde Aliza. Misja liet haar zwijgend passeren. “Ik laat haar vandaag aan Broertjes over”. Deze keek haar niet eens aan toen ze in een stoel zonk en haar vastgeplakte haar nog uit haar gezicht moest vegen. En .? En.? Herhaalde hij ongeduldig zonder haar aan te kijken.

“Ja ik ben inmiddels aardig thuisgeraakt in het weblog-wereldje en denk nu snel aan de tekst te gaan beginnen”.

Beer deed zijn rechterhand onder zijn hoofd en keek haar meewarig aan. Na een aantal diepe zuchten begon hij zacht en vaderlijk vermanend tegen haar te praten.

“Luister eh Ah..Ah..” “Aliza” vulde zij haastig aan. “Ik werk hier nu acht jaar. Wat ik hier maak is een kwaliteitskrant weet je. Hoe lang denk je dat we dat nog vol gaan houden als iedere tekstschrijver twee maanden de tijd zou nemen voor een lulverhaaltje wat als versiering dient om de consument in goede banen te leiden”.

“Je wilde graag over webloggers schrijven. Ik laat jou de keus omdat ik denk dat dat gemakkelijker voor je is. Maar het mag ook gaan over de psychische druk die acne met zich meebrengt hoor, als je denkt dat je je dan sneller in kan leven”.

“Zoiets moet klaar zijn in een dag. Hoe moeilijk kan het wezen ? Neem pakweg de zoon van Henk Bleeker als voorbeeld. Die zag er op de CDA-landdag pokdalig en gemazeld genoeg uit. Dan zitten we gebeiteld. In het voorbijgaan propageren we terloops de gedachte dat CDA-ers gewone mensen zijn al werken ze in de chemische oorlogsvoering.”

“Het moet interessant zijn maar tegelijk de consumptie, stimuleren.

Ik zal je helpen. Wat doet zo’n blogger nu helemaal. Hoe zo is die niet na te volgen”.

“Iets produceren.. ” probeerde Aliza zachtjes.

Maar snel slikte ze de laatste lettergrepen in toen ze zag hoe donkerrood het gezicht van Broertjes van kleur verschoot.

Met beide handen naar zijn hoofd simuleerde hij “neeeeee …… gotverdr..” rochelend een hartaanval.

“Consumeren”, schreeuwde hij. “CONSUMEREN !!” “Daar gaat het om ! Word wakker Nederland !!”

“Een blogger is een stroomverbruiker. Die in de nacht tot een uur of 4 twee computers en minimaal 3oo watt verlichting heeft ingeschakeld . Die een camera wil kopen als zij ziet hoe een andere Drentse dame haar kat heeft geschoten tussen de begonias. Gewoon een kleine inventarisatie dat is alles wat het vergt. Ze bezoeken als het meezit elkaars expositie en verstoken zo benzine of doen goede zaken voor de NS. Waarom denk je dat we een online-webshop hebben met culturele artikelen.”

Ik geef je nog één kans. Het is jouw geluksdag moet je maar rekenen. Je maakt 750 woorden voor me. Die zijn vanmiddag klaar. Je mag nog steeds voor Bleeker kiezen als je liever wil. Die 750 woorden mogen niet over de persoon van de blogger gaan. Dat willen onze opdrachtgevers niet. En zeker niet over ideeën, of over zaken die de overheidsstatistieken tegenspreken. Begrijp je de bedoeling ??

Paar voorbeelden: B. Logger maakt met zijn Canon E-350 s-2.3/15-500 mm elke week een foto. Als hij thuiskomt na zijn reis (hij draagt daarbij graag Hevea-laarzen omdat daar van die ruwe zolen onder zitten) gaat hij direct aan de koffie. Hij maalt zelf zijn bonen die hij haalt bij Simon Levelt. Daarnaast maakt hij dan die landschapjes graag na in van die speciale in water oplosbare olieverf.. etc etc.

Daar heb je al 60 woorden. Ik maak een tiende van het hele stuk in drie minuten.

“Oh ja.. en dan nog dit.. Broertjes’ gezicht verstrakte. Ik stel het niet op prijs als de dames in dit kantoor proberen de gemiddelde havenarbeider kwa taalgebruik naar de kroon te steken. Lullensmid ? Lullensmid ? Wat is dat ? Dat zegt een vrouw toch niet in gezelschap”.

“Veel succes enne.. neem al die rozen mee die hier overal rondslingeren”.

 


 

DEEL 6
Schrijver: SJAAL

 

Illustratie: MISJA

“Flikker toch een end op.” , dacht Misja en ze liet het tweetal, waarvan er één burgemeester zou worden en de ander ongeneeslijk geestesziek, in hun ontwapenende eenvoud achter. Ze stapte de lift in en verruilde enkele verdiepingen lager het kantoorgebouw voor het verkeersrumoer van de Wibautstraat. Ze haalde een sigaret van het merk Camel, uit haar handtas, die ze de bijnaam Tijgertje had gegeven, u begrijpt waarschijnlijk wel waarom. Ze stak haar sigaret aan met een aansteker van een low-budget supermarktketen en ze gaf zich over aan haar gedachten.

“Die rukker van een Broertjes heeft minder kloten in zijn zak dan een gemiddelde havenarbeider.” Over de vrouwen dacht ze niet. Ze had het thuis al moeilijk genoeg. Daar kon ze een digitale krant mee vol schrijven en als men het per se wilde, een papieren versie inclusief specials ernaast. Het leven van een blogger is als een leven van een zeemeermin. Het staat beiden ver buiten de werkelijkheid.

Ze dacht aan haar eigen werkelijkheid. Een leven op een vlakte zonder horizon. Teveel kinderen die haar het zicht op haar toekomst belemmerden. Een huis aan de rand van de onverschilligheid, waarvan de bovenverdieping in enkele maanden was omgetoverd tot een loopgravenstelsel waarin de kinderen van haar nieuwe relatie in onmin leefden met haar eigen koters, drie in getal. Het echtelijk bed was de enige rustige plek en daar verbleef ze hooguit vijf uur per dag in uiterste vermoeidheid.

“Bloggen. De mensen die bloggen beleven geen reet en de mensen die wat te vertellen hebben, ontbreekt het aan tijd voor die internetflauwekul.”. Ze drukte met haar linkerhak haar half opgerookte peuk uit “zo’n Aliza kan wat mij betreft aan het gas, maar ik heb ook geen boodschap aan die opgeblazen testosteronkikker, als het moet krijgt hij hem zoals ie het hebben wil”, vervolgde ze haar gedachten strijdlustig en ze betrad met vaste tred het uitgebluste gebouw. In de lift ging haar mobiele telefoon. Het was een oudere aan lager wal geraakte vriend. “je moet me helpen. Jij hebt altijd van die goede ideeën.”, haar reputatie begon haar subiet tegen te staan, “Ik wil aan de slag met een nieuw blog, maar ik heb geen idee hoe ik dat moet oppakken.” De man klonk naar drank. Misja had spijt van het feit dat ze zo achteloos had opgenomen, zonder het display te controleren “Ah juh, jij kunt schrijven zonder dat je erbij nadenkt. Dat doe je al jaren. Schrijf lekker een end weg , reageer wat bij anderen en doe er vooral niet te moeilijk over. Zo doe je dat”, zonder dat ze het zich realiseerde had ze de kern van het bloggen verwoord. The medium is the message. De sublimering van het ZIJ naar het IK… en andersom. Maar dat dacht weer iemand anders. Misja drukte haar mismoedige vriend weg en liep doelbewust het kantoor weer in alwaar ze Aliza in haar eentje zag wenen. Ze wilde haar niet krenken met nodeloze vragen. Ze legde haar arm over de knokige schouders van de ongewenste journaliste. “Kom skatje, dan gaan we er een leuke middag van maken.”, lispelde ze op verzoenende toon.

Aliza en Misja trokken beiden hun satijnen damesblazer aan en verlieten zonder omhaal de zaal. “Meneer is vast al met andere dingen bezig.” zei Misja, haar hoofd wendend naar het kantoor van voornoemde druktemaker.

De stad was zonnig en blauw, zoals ze, in deze mismoedige oktobermaand, al lang niet meer zonnig en blauw geweest was. Café Hesp hadden ze geen zin in. Teveel collega’s. De IJsbreker idem dito. De dames liepen gearmd verder langs de Amstel. “Ach, het gaat me ook niet om het publiceren of redigeren van een blog. In feite interesseert het me ook niet wat een ander vindt of denkt. Ik ben gewoon niet blij met mezelf.” . ontviel het aan Aliza’s lippen. Misja stapte stevig door en hield ambachtelijk haar mond. Aan dit gesprek had ze geen zin. “Het kind zou eens volwassen moeten worden. “ dacht ze toen ze het Amstelhotel passeerden. “Misschien zou je iets met reizen moeten doen! Perugia, Beijing, Santiago, St.Petersburg, de Schotse Hooglanden, je bent overal wel eens geweest”, bracht ze met een onnavolgbare stelligheid in het midden. Ondertussen gaf ze zich over aan gedachten die het verstoorde geestesvermogen te boven gingen. “Ze vlucht. Ze wil zichzelf niet kennen, want ze is alleen maar met anderen bezig. Ze wil andere culturen leren kennen omdat ze haar eigen bestaan niet doorgrondt.” En voordat ze het wist dacht ze weer aan de vriend die haar zojuist nog gebeld had. Hij zat nu vast aan zijn zoveelste glas rosé-plus. En ze verplaatste zich in de beginnende blogger.

Hij zat daar eenzaam in zijn gehuurde, slecht onderhouden mansardekamer, en hij beleefde een kleine dood achter zijn scherm. Een televisie biedt, mits juist ingesteld, een scherm op de wereld. Een computerdisplay is, in ongunstige omstandigheden, als een blinde muur. Hij zat daar maar en ontkurkte zijn derde fles. Het schrijven gelukte hem minder dan ooit. Sterker nog, zijn vingers hadden het toetsenbord nog niet aangeraakt. De wereld was daar, maar hij was geenszins in staat erover te schrijven.

En aldus dacht Misja over haar vriend, de schrijver. Ze wist dat hij niet in staat was om te vluchten, en daarom niet onbevangen kon bloggen, zoals Aliza door haar alaanwezige kwelgeest werd opgedragen te doen.

 


 

DEEL 7
Schrijver: SPUIT 11

 

Illustratie: Assyke

Aliza keek eens naar de vrouw die naast haar liep, mollig met een ronde kop en bleke blauwe ogen, ze sprak met een licht Fries accent. Ze voelde zich blijkbaar vrouw van de wereld, nu ze in de hoofdstad was komen wonen en het geschopt had tot koffiejuffrouw bij de krant. Ze was familie van Broertjes en daarom een had ze hier een plekje gekregen. Ze dacht nu het middelpunt van de wereld uit te maken en zou t.z.t. vanzelf op haar bolle snuit vallen. Altijd het zelfde liedje met types die dachten het leven zelf, persoonlijk te hebben uitgevonden. Ze sprak op een toon die Aliza recht tegen de haren instreek, zo overtuigt van alles wat ze deed en dacht, dat het in zekere zin lachwekkend was.

Ze besloot het spel nog even mee te spelen. ‘Ik hou persoonlijk niet zo van reizen, heb nooit begrepen wat de lol is van slapen in een vreemd bed en het bekijken van de Mona Lisa in het echt’, antwoordde ze. ‘Bovendien kost het handen vol geld, waar haal ik dat zo snel vandaan?’

‘Dat is allemaal een kwestie van de juiste keuzes maken en een strakke planning’, zei Friesland boppe. ‘Je moet bepaalde doelen stellen in je leven en daar naar toe werken, initiatieven nemen en nooit bang zijn, durf te kiezen mens!’

Dat zal wel maar jij doet wel meer dingen waar ik nooit voor zou kiezen dacht Aliza, maar hield haar mond. Ze scheen geen enkel idee te hebben, wat haar werkelijke reden was om een artikel te schrijven over bloggers. Waar dit precies vandaan kwam, leek haar niet uit te maken. Ze was eigenlijk helemaal niet in Aliza geïnteresseerd, alleen in wat zij dacht over Aliza. Haar telefoon ging, het was de eenzame blogger. ‘Zou je de afspraak die we hebben, misschien willen verzetten, ik ben volledig afgepeigerd en moet wat bijslapen. Laten we de afspraak naar morgenochtend verzetten, ik heb je heel wat te vertellen.’

Ze keek naar dickkop en zei terwijl ze bewust haar kak-stem opzette: ‘Ik vind het jammer dat we niet samen even iets kunnen gaan drinken. Maar ik werd zojuist weggeroepen voor belangrijke informatie over mijn onderwerp, een volgende keer dan maar?’

‘Ja juh, kan mij het skelen’. Ze zwaaide ter groet en stak de straat over naar de tramhalte. Ze nam lijn 2 en dacht erover de eenzame blogger in zijn slaap te storen, es kijken wat ze er aan zou treffen?! Maar eerst ging ze een hapje eten, ze had trek gekregen van al dat gedoe met haar dictatoriale baas en zijn koffiedame, beiden behept met een levensgroot ego. Ze was blij dat ze hier niet lang meer hoefde rond te hangen en van beiden verlost zou zijn. Binnenkort zou alles er heel anders uit zien, nog even…..

Illustratie: Assyke

Het was onvoorstelbaar hoe moe zijn lichaam voelde, elke beweging deed pijn en hij verlangde alleen nog maar naar rust. Hij opende de deur van zijn huis en liep de trap op naar boven. Hij voelde haar aanwezigheid, ook al was ze nergens te bespeuren. Hij was zo uitgeput door alles wat hij had meegemaakt dat hij onmiddellijk zijn bed indook. Al zijn ontberingen passeerden de revue. Hij voelde haar naar zich toe bewegen en naast hem schuiven. Ze kroop voorzichtig tegen hem aan en streelde zachtjes over zijn rug. De tranen stroomden over zijn wangen en zei fluisterde: ‘Laat alles maar gaan en geef je er aan over, het hoort bij het grote samensmelten, je zult niet lang meer hoeven wachten.’ Hij schaamde zich voor zijn tranen maar zij vroeg hem dit te accepteren, zoals vrouwen dit al eeuwen lang deden. Hij had geen idee waar ze het over had.

Hij viel in slaap en droomde van een wolf die hem in razende vaart door allerlei werelden voerde, alles om hem heen was van een diep blauw, dat hij zich vaag herinnerde van……ja van wanneer? Hij zag vele soorten lichtgevende kristallen om zich heen. De wolf rende voort en voort en opeens bevond hij zich op vier voeten……op wat? Hij rende alsof hij nooit anders gedaan had en zijn lichaam stroomde vol energie. Alles vibreerde, de lucht om hem heen en het bloed in zijn aderen, alles was vreemd en van een knetterend soort elektriciteit, niets was hem bekend maar hij voelde totaal geen angst.Voor het eerst van zijn leven was alles hem duidelijk en aanvaarde hij wat kwam.

Hij hoorde ze roepen: ‘Kom naar ons toe, kom naar ons toe!’ En hij wilde niets liever dan deel uit maken van hen en zich bij hun voegen. Er was geen vraag meer over wat en wie hij was, het was allemaal van geen enkel belang meer, scheen het. Zijn enige verlangen was om samen te smelten met hun.’Kom naar ons toe, kom naar ons toe!!’ Langzaam wilde hij….

‘Hé wakker worden man!’ Aliza stond wijdbeens boven hem en liet uit een washandje waterdruppels op zijn gezicht vallen. ‘Worden we eindelijk wakker of moet ik nog een washandje halen? Shit man waar zat je, je lag daar met zo’n gelukzalige grijns op je smoel. Ik heb heel wat moeite moeten doen om je wakker te krijgen.’

Hij strekte zijn armen afwerend naar boven: ‘Alsjeblieft Aliza, geef me even, ik had de meest wonderlijke droom en moet even bijkomen.’ Aliza sprong van het bed en zei dat ze een bak sterke koffie ging zetten. ‘Staat de koffie boven het aanrecht?’ Toen hij knikte verdween ze naar de keuken.

Snel liep hij naar de badkamer om een plens water in zijn gezicht te gooien en de smaak als de bodem van een papegaaienkooi uit zijn mond te poetsen. Hij wist nu wat hem te doen stond, ze hadden allemaal een betekenis en functie, de een niet minder dan de ander. Hij kon niet wachten tot hij achter zijn toetsenbord kon kruipen, om de flarden uit zijn droom in woorden vorm te geven. Aliza zou hem helpen om….

 


 

DEEL 8
Schrijver: SELMA

 

Illustratie: ALINE

Of hoe bloggers het nieuwsmonopolie van journalisten voorgoed doorbroken hebben.

Eigenlijk had ze haar pillen moeten slikken, niet die benzo’s, dat snoepgoed voor angsthazen, slaapverwekkend. Ook geen ritalin, de kinderpep die de dealer als bonus uitdeelt bij de hasj, maar gewoon het echte spul van de dokter.
Balen doet ze soms wel van die medicatie. Ze is toch geen patiënt?
Alleen een beetje te somber soms, of te euforisch. Is dat zo gek? Leven tussen de nitwits en knikkebolletjes is verdomd zwaar voor iemand die zo hoogbegaafd is.
Hoe leg je het stralende uitzicht op de top uit aan klimmers die halverwege zijn, laat staan het koninklijke leven op een berg aan bewonertjes van schemerige, zompige dalen?
Gelijkmatigheidstabletjes noemt ze haar medicijnen, omdat ze haar kop onder het maaiveld houden. Lekker relaxed.

Maar om de zoveel tijd breekt ze uit die pillenkooi, en slikt een tijdje niks.
Vervolgens krijgt ze waanzinnig veel zin om het ouderwets op een zuipen te zetten.
Dan meldt ze zich ziek en drinkt dagen en nachten door. De slagroomspuit met lachgas bij de hand voor een uppertje af en toe, plus wat streepjes wit. De deur op het dubbele nachtslot, mobiel & deurbel uit. Feest.
En dan tikken haar vingers vanzelf die lappen tekst, vol koleretiefusreetveegkutwoorden.
Zoals op 13 oktober.
Geïnspireerd dat ze was, enthousiast! Letterlijk bevlogen van de goddelijke geest, welke nevelige putgod het ook geweest moge zijn. Kon ze in diverse bloggersgedaanten de ultieme waarheid weer eens schrijven, aan al die venerische liegbeesten van het web, de kunstartiesten, de uitgerangeerde academici.
Nou ja, zand erover. Niet te vaak doen, boter aan de galg ook.
En ze krijgt er wallen van onder de ogen. Walgelijk.

Vandaag is ze weer helemaal het mannetje, of vrouwtje.
Heeft haar lithium en lamictal geslikt.
En een antabusje door de koffie? Nog even niet.
De pillen tegen MPS liggen in de vuilnisbak, die geven maar hartkloppingen en ongein in maag en darmen. MPS, wat een diagnose, Meervoudige PersoonlijkheidsStoornis. Master Production Schedule zullen ze bedoelen! En Multi Processor System!

Maar vandaag is ze geheel de onappetijtelijke Aliza, en als zodanig langs gegaan bij die eenzame blogger, die nerd met z’n GHB-dromen.
“Aliza help me! Je móét mijn teksten redigeren, anders raadt iedereen mijn identiteit, weet wie mijn blogs schrijft”.
Tja, dat haalt je de koekoek. Is zo dyslectisch als een papegaai. Een jankerd bovendien. Gelukzalig zolang z’n roes nog werkt, maar verder trillend, zwetend, bang, en altijd moe.
En dát moet zij interviewen.
Het wordt tijd om Aliza te vermoorden.

De komedie was begonnen toen ze een paspoort vond in het Oosterpark. Er lag nog een lege tas bij, en lippenstift. Zou wel jatwerk geweest zijn. Geld en creditcards meegenomen, rest weggegooid.
Aliza Helman, 29 jaar.
Dat opende mogelijkheden.
Al was ze zelf 44, het kostte toch niet veel moeite om op de pasfoto te gaan lijken.
Raar haar had het mens, dat wel. Maar met een hoop gel zat haar eigen haar al snel net zo plakkerig.
Dan een bril. Waar haal je zo gauw zo’n lelijke bril vandaan? Oh, de Action. Voor 79 cent een soort hoornen fok met rechthoekige glazen. Gedver. Maar de gelijkenis werd er alweer beter op.

“Mag ik uw identiteitsbewijs om een kopie te maken voor de administratie?”, vroeg het balietiepje bij de Volkskrant. En keek nauwelijks in het paspoort.
Toen naar de beveiliging voor een keycard, met een verse foto.

(Illustratie: http://www.alineblogt.nl)

“Aliza, Aliza…” Ze proeft de naam nog eens op haar tong… Verdomd, het is een verknipt anagram van Azazel. Je reinste duivel! Maar welke ook alweer?
Even googelen: ‘De bok die door het lot bestemd is voor Azazel moet levend voor de Heer blijven staan om verzoening mee te bewerken, en daarna de woestijn in worden gestuurd, naar Azazel.’
De bok? De beer zul je bedoelen!
Die zal ze eens naar de verdommenis gaan sturen.
Moet niet moeilijk zijn om hem gek te maken, de ouwe knar. Al is het verre van een lekker ding. Dat kale voorhoofd, de holle beschaduwde oogkassen, en dan die mond zonder lippen: een streep met neerhangende hoeken. Een uitgesproken rotkop.
Dat wordt niet echt prettig verzoenen zeg.
Maar… alles voor het goede doel.
Push-up-corsetje aan, doorkijkbloes, rubber rokje, stilettohakken. Ogen als zwart velours, en haar lippen zo gestift dat ze naar likken en zuigen staan. Ze kijkt in de spiegel en lacht haar mooie tanden bloot. Niet vergeten een fles desinfecterend mondwater mee te nemen, om de smaak van smegma en bloed weg te spoelen.

Hopla. Op naar Café Roest, waar het VK-journaille tegenwoordig uithangt.
Ja, daar zit hij.
Hoe hij kijkt als-ie haar binnen ziet komen. Een meisje voelt het meteen als een mannenblik haar goedkeurt.
Hij herkent haar niet. Natuurlijk niet. Haar, een freelancer, dwingen naar de redactie te komen, en vervolgens nauwelijks een blik waardig keuren.
Haar ware gezicht kent hij sowieso niet.
Hij herkent alleen maar sex.
En dat zal hij krijgen. Al zal het voor haar wel even doorbijten zijn.
Doorbijten in twee betekenissen, met zo’n droplul.
Ha! Ze lust hem rauw. En de wraak van een Aliza smaakt zoet…

Nee, dat vormt morgen geen nieuws in de Volkskrant, al zou het de scoop van de eeuw zijn:
‘Hoofdredacteur met doorgebeten penis gevonden langs de Dijksgracht, badend in bloed.’
Dat zal Broertje Beer wel stil willen houden, als-ie bij bewustzijn komt in het OLVG.
Meteen brullend in z’n blackberry, woedend de redactiechefs commanderend.
Toch zal ‘m dat weinig baten.

Nadat ze die berenhap genomen heeft, wipt ze het Volkskrantgebouw binnen, om het maar eens beeldend uit te drukken. Alles onder het motto: ‘Niemand op de wereld weet, dat ik Repelsteeltje heet’.
Make-up remover, haargel en bril doen wonderen om Aliza terug te toveren.
De Aliza van de foto op de keycard.
Ze groet de portier vriendelijk, steekt een hand op naar de enkele slaperige redacteur die er nog rondhangt, en installeert zich achter de computer van Misja.
Dat krijgen ze ervan als ze een freelancer geen eigen computerplek geven.
Misja, die asbak, laat haar computer dag en nacht aanstaan. Zuinig met energie, dat zal haar een zorg wezen. En slordig met haar paswoord ook. Iedereen kent ‘t: sjaalxxx.
Ach, dat toneelspel met de meewarige Misja hoort morgen ook tot het verleden.
Zo, nu even een nieuw account aanmaken, azazel@ghel.com.
Dan een blogje beginnen, ook zo gepiept. Met een ip-adres dat rechtstreeks naar Beertjes secretaresse annex koffie- en trekdame leidt. Die kan het carrière maken voortaan wel vergeten. En dat trekken trouwens ook.

En dan, en dan! Dan maakt Azazel wereldkundig hoe de beer zijn voorhuid verloor.
Dat bericht zal morgenochtend rondtwitteren als een fragmentatiebom.
De Volkskrantburelen zullen sidderen.
Niet meer sidderen voor beremans, die zijn harige kloten ligt te tellen, voorzover die onder het dikke verband uithangen, maar sidderen voor de mysterieuze blogger Azazel.
Jaja pennelikkers, we zijn een nieuw tijdperk ingegaan: het nieuws wordt definitief niet meer door journalisten bepaald, maar door bloggers.
De wraak van een Aliza is zoeter dan zoet. Van welke Aliza dan ook. Alle Aliza’s ter wereld.
Bij de uitgang groet ze de portier weer vriendelijk, gooit bril en keycard in de gracht, en verdwijnt in de nacht.

Thuis staat ze lang onder een hete douche, met gesloten ogen, en zingt haar favoriete badkamerliedje: ferme tes jolis yeux
Dan trekt ze haar roze fluwelen kamerjas aan, kijkt tevreden naar de rozen, nestelt zich achter de computer en schenkt een flinke bel rosé in.
Lekker de reacties op haar diverse bloggers checken.
Dat wordt nog een paar uur genieten voor de zon opkomt!

 


 

DEEL 9
Schrijver: MOLESKINE

 

Illustratie: BEELDSPREKERS

Overexposed Bloggers Anonymus

Liefdevol keek Aliza de kring rond.
‘Dank jullie allen voor jullie persoonlijke en openhartige relaas van de afgelopen dagen.’
‘Het was heel dapper van jullie dat jullie hier je verhaal hebben durven vertellen.’
Instemmend gemompel.

Vanavond had ik mijn verhaal met jullie willen delen, willen vertellen, hoe ver ík het heb laten komen. Wat bloggen met míj heeft gedaan.’
Vragende blikken.

‘Maar zoals jullie hebben gezien, is er vandaag een nieuwe gast in ons midden.’
Alle ogen op mij gericht.
Aandacht is geil, maar liefst wel beperkt tot de reactieruimte!

Aliza liet een stilte vallen. Ze keek dromerig voor zich uit, alsof ze iets herkauwde.
‘Morgen. Morgen vertel ik jullie mijn verhaal…’
Plotseling richtte ze haar blik op mij.
‘Zou je jezelf voor willen stellen? En zou je iets over jezelf durven vertellen?’

Koud zweet.
‘Ik ben Moleskine’, zei ik met onvaste stem.

‘Welkom Moleskine!’, daverde het door het lokaaltje.
Niet lang geleden haalde ik hier dikke pakken kranten. Volkskranten om rond te brengen.
Maar ja, een krantenwijk en een blog gaan nu eenmaal niet samen.
Wat gaat er eigenlijk wel samen met bloggen??

‘Ik ben verslaafd’, zei ik. ‘Ik ben een blogger…’
‘Welkom’, klonk het in koor.
Wát een onthaal! Daar kon m’n 50e verjaardag geen puntje aan zuigen.

Het was een bont gezelschap. Bont en blauw.
Sommige van de aanwezigen blogden elke dag.
Kun je het je voorstellen??
Elke dag…

‘Fijn dat je gekomen bent, Moleskine’, zei de man naast me.
Hij droeg een maatpak, had een ruige baard en typte onophoudelijk met z’n tien vingers op z’n knieën.
‘Knieboard’, zei hij verontschuldigend.
Ik fronste begrijpend.

‘We zitten allemaal in hetzelfde schuitje’, zei de vrouw tegenover me.
Teder streelde ze haar Olympus.
Jaloezie?

Ik knikte, maar ik had me mijn eerste bloggersbijeenkomst heel anders voorgesteld.

‘Dan zie ik jullie morgenavond allemaal weer’, zei Aliza.
‘Zelfde tijd, zelfde plaats.’
‘Dan gaan we evalueren en conclusies trekken!’

‘Ben je er morgen ook weer bij?’, vroeg ze.
‘Ik probeer erbij te zijn’, zei ik.
‘Je moet maar zo denken’, zei Aliza, ‘als je hier bent, zit je in ieder geval niet te bloggen.’
Ik probeerde te glimlachen.
Langzaam streek ze met haar hand langs m’n bovenarm, naar m’n schouder.
Haren ten berge.

Ik werd bekopen door het gevoel dat er iets onafwendbaars te gebeuren stond. Morgen.
Met haar hand op m’n schouder keek ze me doordringend aan.
‘Morgen’, zei ze.
Morgen dus. Iets met fatale afloop.

‘Morgen’, zei ik, en kuste haar op haar wang.

 


 

DEEL 10
Schrijver: JEZZEBEL

 

Illustratie: JEZZEBEL

Wie altijd binnen de lijntjes kleurt, wordt nooit Picasso – Margriet van der Linden

Wat ze gemeen hebben met elkaar? Dat kon ze nu wel vertellen. Het zijn bloggers, die willen liever niet zichzelf, maar heel anders, net als een ander zijn, in ieder geval veel beter dan de werkelijkheid. Heel gewoon waren ze, in het dagelijks leven, maar achter hun keyboards veranderden ze in weerwolven, sluipend om hun prooi, huilend naar de maan.
En allemaal hadden ze haar naam op een bepaalde manier uitgesproken. Met hun lippen geopend om diep vanachter uit de keel het geluid te maken waarop je onderaan de hals de vinger kunt leggen en de tong al snel medeplichtig is, voorin de mond tegen het verhemelte en de boventanden, terwijl het hart een sprongetje maakte, balkend als een ezel en de tong opnieuw, als laatste, de beginklank van haar naam vormde als een zucht tegen de ondertanden.

Aliza

Ze deden het ieder op eigen wijze, steeds hetzelfde. En altijd kon ze de bloeddorstige gulzigheid horen en ruiken. Alsof de klank van die letters het recht gaf om met vieze vingers vrijuit te graaien. Voor de grijp, belofte die in haar gevangen zat. Ze haatte dat. Het kwam als een verliefd stelletje hand in hand met haar naam, zonder plichten, geen lasten, ja werkelijk, alsof het hen toekwam, de lusten. Maar nu was het afgelopen. Ze had ze weggewuifd, allemaal, op één na.

Deze avond zou ze tegen lone woolf zeggen; wie je was? Je was de man die ik kuste gehuld in duizend sluiers, fluistermond, draaikont en een huid die naar de zon rook. Bloggen is de hel, maar er zijn ergere dingen.

En de interviewster die met een droge klik van de later ter zielen gegane recorder dacht van haar af te zijn en zich liever richtte op de blogger met wie ze sprak, tegen haar zou ze zeggen; helaas pindakaas, zo zijn we niet getrouwd, mij vaag je niet uit, hoe knap ook gedaan.

En dan de vrouw die haar wilde verminken en gehandicapt maken met als kers op de taart; misbruikt door haar moeder. Door haar moeder? De juffer wist toen nog niet veel van vrouwen, met een beetje geluk zal ze het nog wel ontdekken met de kleurpotloden die later door Freek de Selfkicker persoonlijk ter hand werden genomen en vakkundig onschadelijk gemaakt. Waarvoor dank.

Wie altijd binnen de lijntjes kleurt wordt nooit Picasso, zei de hoofdredacteur van een kwaliteitsblad, heel anders dan de mafkees op zijn Hevea-laarzen die van haar een ranzige stagiair-logger maakte met vettige haren en kruimels in het decolleté, een protegé die 2 maanden (!) doet over een stukkie van 750 woorden. Hij zou wel effe dicteren, of anders… de zoon van Henk Bleker (verkeerd gespeld), toe nou! De walging golfde door haar lichaam.

En dan de koffiejuffrouw, suikertje, ook zij wilde wel wat in de melk brokkelen, goed geschreven, goed bedoeld natuurlijk en met Aliza had het niet veel te maken, maar het was wel cool dat er in dat grauwe kot van de mafkees een vrouw opstond.

Of de blogster die haar kans schoon zag, zich gulzig aan Aliza laafde en er maar wat van maakte, links en rechts graaide van wat haar verdacht bekend voorkwam, concept en zo, maar toch jammerlijk faalde en een gewone blogger trof die te veel gezopen had.

Bij de pikkenbijtster had ze moeten lachen. Met gretige vingers en een ingenieus plan had de blogster haar identiteit geklauwd, immers toch al gestolen. Maar wat had zij er mee te maken? Een man castreren? Haar tanden in zo’n onbesneden knakworst? De gedachte in het schmoetzige kruis van de mafkees te moeten duiken liet haar duizelen van onpasselijkheid.
Alsof haar tong niet het vlammende zwaard was waarmee ze op haar vingertoppen alles en iedereen onschadelijk maakte. Wat een toestand. Tegen haar zou ze zeggen; Aliza, Mop, Aliza betekent; die ene die vrolijk is, the joyful one, vertaling uit het Hebreeuwse namenboek, compensatie voor de kinderen die ik nooit kreeg. Ik werd dus blogger, met 1001 nicks en 1 persoonlijkheid.

Oi vee en dan die laatste, die van haar een verslaafde overexposed anonieme blogger in charge maakte. Alsof kunst, creativiteit, schrijven of communiceren een schandelijk, buitengemeen gevaarlijk wapen van zelfdestructie was, waar je vooral in groepen met elkaar over moest praten, alsof bloggen niet over jezelf maar een ander gaat.
Nah, nebbish, er is maar één Aliza en dat was zij.

‘Bloggen is de hel,’ zei ze en keek de eenzame blogger met gloeiende ogen dwars door het scherm aan. ‘Elke dag en elke nacht de vlammen aan je hielen, je moet dansen. Ook als je geen adem hebt. Maar het kan nog erger. Ben je weleens in een chatroom geweest?’ Ze lachte schalks.
‘Aliza?’
Dat had ze nu al zo vaak gehoord, daar besteedde ze geen aandacht meer aan. ‘In een chatroom, weet je nog? Daar heb je me getrouwd, gebaard en ik heb je tot leven gekust. Ik, je moeder, je kind, de hoer, het gangsterliefje, desert rose en zij met een pik als een pistool. Vervlogen… Je begrijpt het misschien niet. Maar het gaat om het vuur in je vingers als je diepe werkelijkheid van binnen raakt, welke waarheid je ook liegt. Wat kan jou het schelen dat ze de ene dag lief en mooi is en de andere hun lelijke tronies laten zien. Ja, enkelvoud én meervoud, in één zin.
Blijf ademen! Quasi suspense, zei je niet.
Vanaf het moment dat ik je avatar in handen had (ik zal je vertellen wie je was, ik ben de vrouw die je avatar besneed) en keek naar het diepe rood dat je koos, toen wist ik het; jij zoals ik, bloggen zul je en je woorden zullen bestaan.’

Er werd behoedzaam op de deur van zijn werkkamer geklopt, verstoord keek hij over zijn schouder. Wat voor dag was het eigenlijk? Sinds wanneer durfde zijn vrouw niet meer binnen te komen? En terwijl hij het dacht, pookte een wrede duivel zijn innerlijke vuren op. Misschien moesten ze elkaar eens leren kennen.
‘Kom,’ zei hij en probeerde dat verwachtingsvol te laten klinken, ‘kom binnen.’
‘Kom je zo,’ zei ze aan de andere kant, ‘ik heb koffie.’ Haar voetstappen gingen en de deur bleef dicht.
‘Ja, zo.’ Hij zuchtte, rolde met zijn uitgebluste ogen en vervlogen waren zijn plannen en intriges waar hij mooie verhalen over kon schrijven, hij had haar gezicht weleens willen zien als zij en… , maar zij had koffie en verwachtte hem beneden. Zin in bier had hij, en een ijskoud glas jenever.
‘Aliza? Kom op, wie ben je,’ vroeg hij aan de vrouw met de vuurrode veren.
Geen antwoord.
Er kwam helemaal geen beweging meer in zijn scherm.
Ook dat nog, hij had een vastloper en forceerde de uitschakeling.
Morgen verder bloggen, als hij wakker werd, of zij, of zo.

 

EINDE

 

Reacties
één reactie op “OBA-Feuilleton: Het onnavolgbare leven van een blogger.”
  1. Aline zegt:

    Zo hey, wat leuk om alles zo terug te zien… je hebt er nog even werk van gemaakt… :D Op naar de volgende… ;)

Met dank aan:

Jezzebel vormgeving header en het logo Knutselsmurf technische ondersteuning Donateurs

Steun OBA

Wil je doneren?

Stuur een e-mail en je krijgt de informatie die je daarvoor nodig hebt, direct op je scherm.

DISCLAIMER

De eigenaar van dit blog is niet verantwoordelijk voor de inhoud van de bijdragen van de deelnemers aan dit blog. Naar klachtenregeling.